


From Chomrong, we hike to Ghandruk. It is a beautiful walk and there is hardly anyone around. We see some monkeys in the trees.
In Ghandruk, we meet the first Dutch people; a group of young people traveling with Sawadee. It is the last evening of their short trek, and that means a party with the guides and porters. In the evening, they dance to Dutch and Nepalese music. Not our thing.

The next morning, we set off towards the Mardi Himal. That trek is more quiet. We reach the first house just before a heavy thunderstorm and rain shower. There are four other guests. We have some nice conversations. The next day we climb further to Forest Camp and Low Camp. Trapped in the guesthouse; thunderstorms, rain, and snow again. But the next morning it is clear, and we have a beautiful view of The Fishtale. We decide to leave our backpacks in the guesthouse and hike up to High Camp early. The sun, snow, and rhododendrons make it fairytale-like.





While we are having coffee in High Camp, we see the first clouds approaching again. The path down is slippery due to the melting snow as we descend. We pick up our backpacks and continue descending to Forest Camp.

Of the various routes to descend further, we choose the route back to Phedi. It starts raining and it is a big muddy mess.
We look for a hotel, and then a car stops… ‘to Pokhara? Yes please”.
We are in the jeep with a few other people. The road requires great driving skill.
We arrive at the hotel in Pokhara a day early. Will there be a room? The manager has already seen us and comes out of the hotel to welcome us enthusiastically. Yes, he has a room.
And … in the evening we eat pizza by the fire in our favorite restaurant.
And the next day is New Year’s; 2083.


Our trek is over, but we are staying in Nepal for a little while longer.
Chomrong, Ghandruk, Landruk, Kyupchedanda, ForestCamp, LowCamp, HighCamp, Mardi Himal naar de Machhapuchhre
.
.

































De Thai houden van kleur. We hebben huizen gezien in alle kleuren van de regenboog. Maar de stad Uthai Thani heeft z’n eigen kleur; paars.
De kleur paars verwijst naar de Thaise prinses Maha Chakri Siridoorn, de zuster van de koning, die hier een huis heeft. Zij is geboren op een zaterdag en in Thailand is de kleur van die dag paars.



We hebben onderweg al veel teakhouten paalwoningen gezien. In Lampang is er de mogelijkheid om een traditioneel Thais huis uit 1895 te bezoeken. De inrichting is nog compleet. Het lijkt of de bewoners even een boodschapje doen, en elk moment weer terug kunnen komen. Bij deze huizen is er geen strakke begrenzing tussen binnen en buiten. De ruimtes zijn open en voorzien van ventilatieroosters, waardoor het aangenaam koel in het huis blijft.
We zijn de enige bezoekers, waardoor we er ongestoord rond kunnen lopen. Na ons bezoek krijgen we in de ruimte onder het huis een glas tamarindesap aangeboden. Toen we wilden vertrekken arriveerde er een bus vol toeristen die meteen het huis bezetten. Wij hebben de mazzel gehad dat we hen net voor waren en de sfeer van het huis niet met 40 anderen hoefden te delen
We hebben nog wat in Lampang rond gekeken en zagen meer houten huizen met een opmerkelijke architectuur.
We aten in een oud teakhouten restaurant: Aroy One Baht. Het is een populair restaurant. Wij waren er vrij vroeg. Gaandeweg werd het steeds drukker. We hebben er heerlijk gegeten. Wat een geweldige en snelle koks.












Chedi Luang is een tempelcomplex met de ruïne van een 15e eeuwse Chedi in het midden van Chiang Mai. Het bijzondere is dat er naast Boeddha ook monniken, die als leermeesters worden beschouwd, worden vereerd. Deze wijze mannen zijn te zien als bronzen beeld. Maar enkelen zijn gemaakt van was. Zij zien er bijna griezelig echt uit. Ze lijken zo weg gelopen uit Madame Tussaud.




Al tijdens onze eerste reis in Thailand maakten we kennis met verbindende draden tijdens een verblijf in een klassiek teakhouten hotel met in de open hal een altaar met boeddhabeeld. Vanaf de pols van het beeld waren draden gespannen rond het hele huis. Wij hadden er een kamer met een klein balkon. Ook rond dat balkon liep een draad. Die zat ons in de weg en daarom haalden we de draad weg. Dat hadden we niet moeten doen. Deze lichtzinnigheid werd bestraft. Een uur later werd een portemonnee van ons gestolen. Toeval, maar we waren destijds wel gevoelig voor het idee dat het één het ander veroorzaakte. We hebben de draad snel weer hersteld.






Van uit het hotel lopen we naar het centrum van Chiang Rai. Elektriciteitsdraden zijn overal zichtbaar. Reclameteksten in het Thais, voor ons niet te ontcijferen. In het hart van de stad staat op een rotonde de “Clock Tower”, de trots van de stad: een vergulde barokke toren. Hij laat elk uur van zich horen.


Wij vinden bij de “nightmarket” een tuk-tuk, die ons naar het drijvende restaurant Loo Lam op de rivier de Kok brengt, een paar kilometer buiten het centrum van de stad. Na het eten wordt een taxi voor ons geregeld, die ons terug brengt naar het hotel.